einchecken
einchecken
aɪ̯nʧɛkng
ainchekng
einsteckeneindeckeneinwecken

Definitie en betekenis van "einchecken"in het Duits

einchecken
01

inchecken, registreren

Sich offiziell an einem Ort anmelden 
einchecken definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
checken
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
checke ein
3e persoon enkelvoud
checkt ein
onvoltooid deelwoord
eincheckend
onvoltooid verleden tijd
checkte ein
voltooid deelwoord
eingecheckt
Voorbeelden
Wir müssen um 14 Uhr im Hotel einchecken. 

We moeten om 14:00 uur inchecken in het hotel.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store