einbrechen
ein
a:n
an
brechen
bʁɛçn
brechn

Definitie en betekenis van "einbrechen"in het Duits

einbrechen
01

inbreken, een inbraak plegen

Illegal in ein Gebäude eindringen, oft durch Aufbrechen von Türen oder Fenstern 
einbrechen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
brechen
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
breche ein
3e persoon enkelvoud
bricht ein
onvoltooid deelwoord
einbrechend
onvoltooid verleden tijd
brach ein
voltooid deelwoord
eingebrochen
Voorbeelden
Diebe sind nachts in den Laden eingebrochen. 

Dieven zijn 's nachts in de winkel ingebroken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store