Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
einbrechen
01
inbreken, een inbraak plegen
Illegal in ein Gebäude eindringen, oft durch Aufbrechen von Türen oder Fenstern
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
brechen
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
breche ein
3e persoon enkelvoud
bricht ein
onvoltooid deelwoord
einbrechend
onvoltooid verleden tijd
brach ein
voltooid deelwoord
eingebrochen
Voorbeelden
Diebe sind nachts in den Laden eingebrochen.
Dieven zijn 's nachts in de winkel ingebroken.



























