Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
dürfen
01
mogen, toestemming hebben om
Erlaubnis haben, etwas zu tun
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
onregelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
darf
3e persoon enkelvoud
darf
onvoltooid deelwoord
dürfend
onvoltooid verleden tijd
durfte
voltooid deelwoord
gedurft
Voorbeelden
Du darfst heute länger aufbleiben.
Je mag vandaag langer opblijven.
02
kunnen, de mogelijkheid hebben
Eine Möglichkeit haben
Voorbeelden
Hier darf es keinen Fehler geben.
Hier mag geen fout zijn.



























