dösen

Definitie en betekenis van "dösen"in het Duits

dösen
01

dommelen, suffen

Halb schlafen oder entspannt mit geschlossenen Augen liegen
dösen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
döse
3e persoon enkelvoud
döst
onvoltooid deelwoord
dösend
onvoltooid verleden tijd
döste
voltooid deelwoord
gedöst
Voorbeelden
Er döste während der Zugfahrt.
Hij doezelde tijdens de treinreis.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store