Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
drehen
01
draaien, roteren
Sich um die eigene Achse bewegen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
drehe
3e persoon enkelvoud
dreht
onvoltooid deelwoord
drehend
onvoltooid verleden tijd
drehte
voltooid deelwoord
gedreht
Voorbeelden
Die Erde dreht sich um die Sonne.
De Aarde draait om de Zon.
02
draaien om, een centraal thema hebben
Ein zentrales Thema haben
Voorbeelden
Alles dreht sich um Geld.
Alles draait om geld.
03
draaien, omdraaien
Etwas in eine Richtung bewegen oder rotieren lassen
Voorbeelden
Dreh den Wasserhahn zu!
Draai de kraan dicht !
04
filmen
Eine filmische Aufnahme machen
Voorbeelden
Sie drehen gerade eine Szene im Park.
Ze zijn nu een scène in het park aan het opnemen.



























