Zoeken
Das Datum
[gender: neuter]
01
datum, dag
Der Tag, der Monat und das Jahr eines bestimmten Tages
Voorbeelden
Das Datum der Prüfung ist der 20. Juni.
De datum van het examen is 20 juni.
02
gegevens, informatie
Informationen oder Fakten, die gespeichert oder verarbeitet werden
Voorbeelden
Diese Daten sind geheim.
Deze gegevens zijn vertrouwelijk.


























