Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
dauern
01
duren, nemen
Etwas nimmt eine bestimmte Zeit in Anspruch
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
dauere
3e persoon enkelvoud
dauert
onvoltooid deelwoord
dauernd
onvoltooid verleden tijd
dauerte
voltooid deelwoord
gedauert
Voorbeelden
Die Reise dauert nicht lange.
De reis duurt niet lang.



























