Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
da
01
hier, daar
Zeigt auf einen Ort
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Da steht ein Baum.
Daar staat een boom.
02
toen, op dat moment
Betont einen genauen Moment
Voorbeelden
Da fiel mir die Antwort ein.
Toen schoot me het antwoord te binnen.
01
aangezien
Führt einen Grund ein
Voorbeelden
Da es dunkel war, machte ich das Licht an.
Omdat het donker was, deed ik het licht aan.



























