Zoeken
da
01
hier, daar
Zeigt auf einen Ort
Voorbeelden
Da hinten ist die Post.
Daar achter is het postkantoor.
02
toen, op dat moment
Betont einen genauen Moment
Voorbeelden
Da läutete der Wecker.
Toen ging de wekker.
01
aangezien
Führt einen Grund ein
Voorbeelden
Da der Zug Verspätung hatte, verpassten wir den Anschluss.
Omdat de trein vertraging had, misten we de aansluiting.


























