Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
bleiben
01
blijven
An einem Ort oder in einem Zustand sein und nicht weggehen oder sich ändern
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
onregelmatig
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
bleibe
3e persoon enkelvoud
bleibt
onvoltooid deelwoord
bleibend
onvoltooid verleden tijd
blieb
voltooid deelwoord
geblieben
Voorbeelden
Er bleibt eine Woche in Berlin.
Hij blijft een week in Berlijn.



























