Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
beten
[past form: betete]
01
bidden, een gebed uitspreken
Sich in Gedanken oder laut an eine Gottheit oder höhere Macht zu wenden
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bete
3e persoon enkelvoud
betet
onvoltooid deelwoord
betend
onvoltooid verleden tijd
betete
voltooid deelwoord
gebetet
Voorbeelden
Während der Krise beteten viele Menschen für Frieden.
Tijdens de crisis baden veel mensen voor vrede.



























