Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Besuch
[gender: masculine]
01
bezoek, ontmoeting
Das Treffen mit jemandem an einem Ort für eine bestimmte Zeit
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Besuch(e)s
meervoudsvorm
Besuche
Voorbeelden
Wann ist dein nächster Besuch in Deutschland?
Wanneer is je volgende bezoek aan Duitsland?
02
bezoeker, gast
Eine Person, die jemanden oder einen Ort besucht
Voorbeelden
Der Besuch hat Blumen mitgebracht.
Het bezoek heeft bloemen meegenomen.



























