der besuch
be
such
ˈzu:x
zookh

Definitie en betekenis van "besuch"in het Duits

01

bezoek, ontmoeting

Das Treffen mit jemandem an einem Ort für eine bestimmte Zeit 
der Besuch definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
singular
not gender specific
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
Besuche
genitiefvorm
Besuch(e)s
Voorbeelden
Unser Besuch bei den Großeltern war schön. 

Ons bezoek aan de grootouders was leuk.

02

bezoeker, gast

Eine Person, die jemanden oder einen Ort besucht 
der Besuch definition and meaning
Voorbeelden
Wir erwarten heute Besuch. 

We verwachten vandaag bezoek.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store