Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
besprechen
01
bespreken, discussiëren
Gemeinsam über ein Thema reden oder es diskutieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
sprechen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bespreche
3e persoon enkelvoud
bespricht
onvoltooid deelwoord
besprechend
onvoltooid verleden tijd
besprach
voltooid deelwoord
besprochen
Voorbeelden
Der Lehrer bespricht den Text mit der Klasse.
De leraar bespreekt de tekst met de klas.



























