Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
beenden
01
etwas zu Ende bringen oder dafür sorgen, dass es nicht weitergeht
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
enden
hulpwerkwoord
haben
onvoltooid verleden tijd
beendete
voltooid deelwoord
beendet
Voorbeelden
Wir müssen das Gespräch jetzt beenden.



























