Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
beeinträchtigen
[past form: beeinträchtigte]
01
negatief beïnvloeden, schaden
Negativ auf etwas einwirken, sodass es nicht mehr normal funktioniert oder seinen Wert verliert
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
beeinträchtige
3e persoon enkelvoud
beeinträchtigt
onvoltooid deelwoord
beeinträchtigend
onvoltooid verleden tijd
beeinträchtigte
voltooid deelwoord
beeinträchtigt
Voorbeelden
Alkohol kann das Urteilsvermögen beeinträchtigen.
Alcohol kan het oordeelsvermogen aantasten.



























