Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
beeinflussen
01
beïnvloeden, invloed uitoefenen op
Auf jemanden oder etwas einwirken, um eine Veränderung oder Entscheidung zu bewirken
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
einflussen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
beeinflusse
3e persoon enkelvoud
beeinflusst
onvoltooid deelwoord
beeinflussend
onvoltooid verleden tijd
beeinflusste
voltooid deelwoord
beeinflusst
Voorbeelden
Die Werbung soll Kaufentscheidungen beeinflussen.
Reclame is bedoeld om beïnvloeden van koopbeslissingen.



























