Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ausstellen
01
tentoonstellen, presenteren
Etwas öffentlich präsentieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
stellen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stelle aus
3e persoon enkelvoud
stellt aus
onvoltooid deelwoord
ausstellend
onvoltooid verleden tijd
stellte aus
voltooid deelwoord
ausgestellt
Voorbeelden
Sie hat ihre Fotos auf der Messe ausgestellt.
Ze heeft haar foto's op de beurs tentoongesteld.
02
uitgeven
Ein offizielles Dokument anfertigen und geben
Voorbeelden
Die Polizei hat ihm einen neuen Ausweis ausgestellt.
De politie heeft hem een nieuwe identiteitskaart uitgegeven.



























