aufladen
auf
aʊf
awf
la
la:
la
den
dən
dēn
ausladenauflassenauflegenaufleben

Definitie en betekenis van "aufladen"in het Duits

aufladen
01

opladen, laden

Elektrische Energie in ein Gerät oder eine Batterie bringen 
aufladen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
auf
basiswerkwoord
laden
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
lade auf
3e persoon enkelvoud
lädt auf
onvoltooid deelwoord
aufladend
onvoltooid verleden tijd
lud auf
voltooid deelwoord
aufgeladen
Voorbeelden
Ich lade mein Handy jede Nacht auf. 

Ik laad mijn telefoon elke nacht op.

02

laden, inladen

Etwas auf ein Fahrzeug oder eine Fläche legen, um es zu transportieren 
aufladen definition and meaning
Voorbeelden
Wir laden die Kisten auf den LKW auf. 

We laden de dozen op de vrachtwagen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store