Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
auffordern
01
verzoeken, uitnodigen
Jemanden höflich oder offiziell bitten, etwas zu tun
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
auf
basiswerkwoord
fordern
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
fordere auf
3e persoon enkelvoud
fordert auf
onvoltooid deelwoord
auffordernd
onvoltooid verleden tijd
forderte auf
voltooid deelwoord
aufgefordert
Voorbeelden
Sie forderte ihre Freundin zum Tanz auf.
Ze nodigde haar vriendin uit om te dansen.



























