anhaben
Pronunciation
/ˈanˌhaːbən/

Definitie en betekenis van "anhaben"in het Duits

anhaben
01

dragen, aan hebben

Kleidung tragen oder an sich haben
anhaben definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
haben
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
habe an
3e persoon enkelvoud
hat an
onvoltooid deelwoord
anhabend
onvoltooid verleden tijd
hatte an
voltooid deelwoord
angehabt
Voorbeelden
Sie hat eine neue Hose an.
Ze heeft een nieuwe broek aan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store