Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
anfassen
01
aanraken, betasten
Etwas mit der Hand berühren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
fassen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
fasse an
3e persoon enkelvoud
fasst an
onvoltooid deelwoord
anfassend
onvoltooid verleden tijd
fasste an
voltooid deelwoord
angefasst
Voorbeelden
Du darfst das Gemälde nicht anfassen.
Je mag het schilderij niet aanraken.
02
behandelen, omgaan met
Jemanden oder etwas auf eine bestimmte Weise behandeln oder mit ihm umgehen
Voorbeelden
Der Trainer fasst die Spieler streng an, aber fair.
De trainer raakt de spelers streng maar eerlijk aan.



























