anfangen
Pronunciation
/ˈanˌfaŋən/

Definitie en betekenis van "anfangen"in het Duits

anfangen
01

beginnen, starten

Mit einer Tätigkeit oder einem Prozess beginnen
anfangen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onregelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
fangen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
fange an
3e persoon enkelvoud
fängt an
onvoltooid deelwoord
anfangend
onvoltooid verleden tijd
fing an
voltooid deelwoord
angefangen
Voorbeelden
Fang bitte ohne mich an!
Begin alstublieft zonder mij !
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store