Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
abwägen
01
afwegen, beoordelen
Über etwas nachdenken und Vor- und Nachteile vergleichen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
wägen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
wäge ab
3e persoon enkelvoud
wägt ab
onvoltooid deelwoord
abwägend
onvoltooid verleden tijd
wog ab
voltooid deelwoord
abgewogen
Voorbeelden
Bevor du entscheidest, solltest du alles abwägen.
Voordat je beslist, moet je alles afwegen.



























