abwägen
abwägen
apvɛ:gng
apvegng
absägen

Definitie en betekenis van "abwägen"in het Duits

abwägen
01

afwegen, beoordelen

Über etwas nachdenken und Vor- und Nachteile vergleichen 
abwägen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
wägen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
wäge ab
3e persoon enkelvoud
wägt ab
onvoltooid deelwoord
abwägend
onvoltooid verleden tijd
wog ab
voltooid deelwoord
abgewogen
Voorbeelden
Wir müssen die Risiken gut abwägen. 

We moeten de risico's goed afwegen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store