Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ableiten
01
afleiden, omleiden
etwas von seinem ursprünglichen Verlauf oder Fokus wegführen oder umlenken
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
leiten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
leite ab
3e persoon enkelvoud
leitet ab
onvoltooid deelwoord
ableitend
onvoltooid verleden tijd
leitete ab
voltooid deelwoord
abgeleitet
Voorbeelden
Man muss das Wasser vom Haus ableiten.
Het water moet van het huis worden afgeleid.
02
differentiëren, de afgeleide berekenen
Die Ableitung einer Funktion zu bestimmen
Voorbeelden
Kannst du diese Funktion ableiten?
Kun je deze functie differentiëren?
03
afleiden, concluderen
aus Informationen oder Beobachtungen logisch eine Schlussfolgerung ziehen
Voorbeelden
Welche Konsequenzen lassen sich daraus ableiten?
Welke gevolgen kunnen hieruit worden afgeleid ?



























