abgeben
ab
ˈap
ap
ge
ge:
ge
ben
bən
bēn
abgehenabhebenangebenableben

Definitie en betekenis van "abgeben"in het Duits

abgeben
01

inleveren, overhandigen

Etwas an eine bestimmte Person oder Stelle übergeben 
abgeben definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onregelmatig
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
geben
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gebe ab
3e persoon enkelvoud
gibt ab
onvoltooid deelwoord
abgebend
onvoltooid verleden tijd
gab ab
voltooid deelwoord
abgegeben
Voorbeelden
Sie müssen Ihre Hausaufgaben morgen abgeben. 

Je moet je huiswerk morgen inleveren.

02

geven, afgeven

Jemandem etwas freiwillig überlassen 
abgeben definition and meaning
Voorbeelden
Kannst du mir das Buch abgeben? 

Kun je me het boek overhandigen?

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store