vorankommenvulkan
van 5
vorankommenvulkan
vorankommen[v]

vooruitkomen,vorderen

voraus[adv]

vooruit,voorop

vorausahnen[v]
vorausdeutung[n]
vorausgesetzt, dass[conj]

op voorwaarde dat,mits

voraussagen[v]

voorspellen,voorzien

voraussetzung[n]

voorwaarde,vereiste

voraussichtlich[adj]

verwacht,waarschijnlijk

vorbehalt[n]
vorbehalten[v]
vorbei[adv]

voorbij,afgelopen

vorbereiten[v]

zich voorbereiden,zich gereedmaken

vorbereitung[n]

voorbereiding,planning

vorbereitungen treffen[phrase]
vorbereitungszeit[n]
vorbeugen[v]

voorkomen,verhinderen

vorbeugung[n]

preventie,voorkoming

vorbild[n]

voorbeeld,rolmodel

vorbildfunktion[n]

voorbeeldrol,functie als voorbeeld

vorbildung[n]
vorbringen[v]
vorder[adj]

voorste,voorzijde

vordergrund[n]

voorgrond,voorplan

vordergründig[adj]

oppervlakkig,schijnbaar

vorderseite[n]

voorkant,voorzijde

vordringen[v]
vordruck[n]

gedrukt formulier,voorgedrukt formulier

voreingenommen[adj]

bevooroordeeld,partijdig

voreingenommenheit[n]

vooroordeel,partijdigheid

vorerst[adv]
vorfahre[n]

voorouder,voorvader

vorfahrt[n]

voorrang,recht van overpad

vorfall[n]

incident

vorführen[v]

presenteren,demonstreren

vorgabe[n]
vorgang[n]
vorgeben[v]

doen alsof,voorwenden

vorgehen[v]

voortgaan,handelen

vorgesetzter[n]

meerdere,leidinggevende

vorgestern[adv]

eergisteren,de dag voor gisteren

vorhaben[v][n]

van plan zijn,plannen • project,plan

vorhaltung[n]

verwijt,berisping

vorhanden[adj]
vorhang[n]

gordijn,voorhang

vorheizen[v]
vorher[adv]

eerder,voorheen

vorhin[adv]

zojuist

vorjahr[n]

vorig jaar,afgelopen jaar

vorkehrung[n]
vorkommen[v]

gebeuren,plaatsvinden

vorlage[n]

indiening,presentatie

vorläufer[n]

voorloper,pionier

vorläufig[adj]

voorlopig,tijdelijk

vorlesen[v]

hardop lezen,voorlezen

vorlesung[n]

college,lezing

vorlesungsverzeichnis[n]

cursuscatalogus,collegelijst

vorliebe[n]

voorkeur,neiging

vormittag[n]

voormiddag,ochtend

vorn[adv]

vooraan,voorin

vorname[n]

voornaam,doopnaam

vorne[adv]

vooraan,aan de voorkant

vornehm[adj]

voornaam,adellijk

vorort[n]

voorstad,buitenwijk

vorprogrammieren[v]
vorrangig[adj]
vorrat[n]

voorraad,reserve

vorrätig[adj]

beschikbaar,op voorraad

vorsatz[n]

voornemen,vaste intentie

vorschlag[n]

suggestie,voorstel

vorschlagen[v]

voorstellen

vorschreiben[v]

voorschrijven,opleggen

vorschrift[n]

voorschrift,regel

vorsicht[n]

voorzichtigheid,voorzorg

vorsichtig[adj]

voorzichtig,behoedzaam

vorsitzender[n]

voorzitter,voorzitter

vorsorge[n]
vorsprung[n]

voorsprong,voordeel

vorstand[n]
vorstellbar[adj]

voorstelbaar,denkbaar

vorstellen[v]

voorstellen

vorstellung[n]

voorstelling,optreden

vorstellungsgespräch[n]

sollicitatiegesprek,werkgelegenheidsgesprek

vortäuschen[v]

voorwenden

vorteil[n]

voordeel,voordelen

vorteilhaft[adj]
vortrag[n]

lezing,presentatie

vortragen[v]

presenteren,voordragen

vorübergehend[adj]

tijdelijk,voorlopig

vorurteil[n]

vooroordeel,vooringenomenheid

vorwahl[n]

netnummer,gebiedscode

vorwärts[adv]

vooruit

vorwerfen[v]

verwijten,beschuldigen

vorwiegend[adv]
vorwort[n]
vorwurf[n]

verwijt,beschuldiging

vorzeitig[adj]
vorzug[n]

voorkeur,prioriteit

vorzüglich[adj]

uitstekend,voortreffelijk

vulkan[n]

vulkaan,vulkanische berg

LanGeek
Download de App