Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vorlesen
01
hardop lezen, voorlezen
Einen Text laut für andere sprechen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
vor
basiswerkwoord
lesen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
lese vor
3e persoon enkelvoud
liest vor
onvoltooid deelwoord
vorlesend
onvoltooid verleden tijd
las vor
voltooid deelwoord
vorgelesen
Voorbeelden
Die Lehrerin liest den Schülern eine Geschichte vor.
De lerares leest een verhaal voor aan de leerlingen.



























