Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
écrire
01
schrijven, opstellen
tracer des lettres ou des signes pour former un texte
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
écris
1e persoon meervoud
écrivons
1e persoon toekomende tijd
écrirai
onvoltooid deelwoord
écrivant
voltooid deelwoord
écrit
1e persoon meervoud imperfectum
écrivions
Voorbeelden
Nous écrivons nos noms sur la feuille.
We schrijven onze namen op het blad.
02
elkaar schrijven, corresponderen
échanger des lettres ou des messages entre deux personnes ou plus
Voorbeelden
Tu t' écris avec ton ami depuis longtemps ?
Schrijf je al lang met je vriend?
03
geschreven worden, opgeschreven worden
être inscrit ou noté par écrit
Voorbeelden
La date s' écrit au début de la lettre.
De datum wordt aan het begin van de brief geschreven.



























