Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
oud, bejaard
qui a beaucoup d'années, souvent utilisé pour parler d'une personne âgée
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
le plus âgé
vergrotende trap
plus âgé
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
âgé
mannelijk meervoud
âgés
vrouwelijk enkelvoud
âgée
vrouwelijk meervoud
âgées
Voorbeelden
Les personnes âgées ont souvent besoin de plus de soins.
Oudere mensen hebben vaak meer zorg nodig.
02
een bepaalde leeftijd hebben, van een bepaalde leeftijd zijn
avoir un certain nombre d'années de vie
Voorbeelden
Les participants doivent être âgés de 18 ans minimum.
Deelnemers moeten minimaal 18 jaar oud zijn.



























