le voisin
voisin
vwazɛ̃
vvaze

Definitie en betekenis van "voisin"in het Frans

01

buur, buurvrouw

personne qui habite près de chez soi 
le voisin definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
voisins
Voorbeelden
Mon voisin est très sympathique. 

Mijn buurman is erg sympathiek.

02

buurland, aangrenzend land

pays qui est à côté d'un autre pays 
Voorbeelden
La France est un pays voisin de l'Allemagne. 

Frankrijk is een buurland van Duitsland.

03

buur, nabij

personne qui est juste à côté de soi 
Voorbeelden
Mon voisin de classe est très gentil. 

Mijn buurman in de klas is erg aardig.

01

naburig, aangrenzend

qui est près ou à côté de quelque chose 
voisin definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
voisin
mannelijk meervoud
voisins
vrouwelijk enkelvoud
voisine
vrouwelijk meervoud
voisines
Voorbeelden
Les pays voisins ont signé un accord de paix. 

De buurlanden hebben een vredesakkoord ondertekend.

02

vergelijkbaar, verwant

qui est proche ou très similaire dans le sens ou la nature 
voisin definition and meaning
Voorbeelden
Ils ont discuté de thèmes voisins dans la conférence. 

Ze bespraken verwante thema's op de conferentie.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store