vivre
Pronunciation
/vivʀ/

Definitie en betekenis van "vivre"in het Frans

01

leven, bestaan

exister et passer sa vie dans un lieu ou une condition
vivre definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
vis
1e persoon meervoud
vivons
1e persoon toekomende tijd
vivrai
onvoltooid deelwoord
vivant
voltooid deelwoord
vécu
1e persoon meervoud imperfectum
vivions
Voorbeelden
Nous vivons dans une petite maison à la campagne.
We wonen in een klein huis op het platteland.
02

leven, in leven zijn

exister en tant qu'être vivant
vivre definition and meaning
Voorbeelden
Elle vit dans un état constant de bonheur.
Ze leeft in een constante staat van geluk.
03

leven, ervaren

passer sa vie ou traverser des expériences particulières
Voorbeelden
Nous avons vécu des moments inoubliables ensemble.
We hebben onvergetelijke momenten samen beleefd.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store