tâtonner
01
tasten, voorzichtig voortbewegen
chercher quelque chose en touchant ou en avançant prudemment
Voorbeelden
Les aveugles tâtonnent le mur pour se repérer.
Blinden tasten de muur af om zich te oriënteren.
02
in het duister tasten, door vallen en opstaan proberen
essayer différentes solutions pour trouver la bonne
Voorbeelden
Il tâtonne différentes stratégies pour gagner le jeu.
Hij tast verschillende strategieën af om het spel te winnen.



























