tricher
Pronunciation
/tʀiʃe/

Definitie en betekenis van "tricher"in het Frans

tricher
01

bedriegen, valsspelen

ne pas respecter les règles pour obtenir un avantage
tricher definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
triche
1e persoon meervoud
tricheons
1e persoon toekomende tijd
tricherai
onvoltooid deelwoord
trichant
voltooid deelwoord
triché
1e persoon meervoud imperfectum
tricheons
Voorbeelden
Tu ne devrais jamais tricher.
Je zou nooit moeten valsspelen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store