transformer
01
veranderen, transformeren
changer la forme, l'apparence ou l'état de quelque chose
Voorbeelden
Les artistes ont transformé la vieille usine en galerie.
De kunstenaars hebben de oude fabriek in een galerie getransformeerd.
02
zich transformeren, zich veranderen
changer de forme, d'état ou de nature, ou subir une transformation
Voorbeelden
Son caractère s' est transformé après cette expérience.
Zijn karakter is na deze ervaring getransformeerd.



























