tracer

Definitie en betekenis van "tracer"in het Frans

tracer
01

tekenen, een lijn trekken

faire une ligne ou une marque sur une surface
tracer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
trace
1e persoon meervoud
traçons
1e persoon toekomende tijd
tracerai
voltooid deelwoord
traçé
1e persoon meervoud imperfectum
tracions
Voorbeelden
Il a tracé une ligne droite à la règle.
Hij trok een rechte lijn met een liniaal.
02

uitstippelen, vaststellen

indiquer un chemin, une route, une limite
Voorbeelden
Elle trace l' itinéraire sur la carte.
Ze tekent de route op de kaart.
03

er vandoor gaan, wegschieten

partir rapidement, se déplacer vite
Voorbeelden
Elle a tracé pour arriver à l' heure.
Ze haastte zich weg om op tijd aan te komen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store