Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La semaine
01
week, week
période de sept jours allant du lundi au dimanche ou du dimanche au samedi
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
semaines
Voorbeelden
Il travaille cinq jours par semaine.
Hij werkt vijf dagen per week.
02
wekelijks loon, weekgeld
argent reçu pour le travail effectué sur une période de sept jours
Voorbeelden
Il a reçu son paiement vendredi soir.
Hij ontving zijn wekelijkse betaling op vrijdagavond.



























