Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La semaine
[gender: feminine]
01
week, week
période de sept jours allant du lundi au dimanche ou du dimanche au samedi
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
semaines
Voorbeelden
Chaque semaine a sept jours.
Elke week heeft zeven dagen.
02
wekelijks loon, weekgeld
argent reçu pour le travail effectué sur une période de sept jours
Voorbeelden
Ils attendent la fin de la période pour payer.
Ze wachten op het einde van de periode om te betalen.



























