Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
rugir
01
brullen, huilen
pousser un cri fort et puissant, comme un lion
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
rugis
1e persoon meervoud
rugissons
1e persoon toekomende tijd
rugirai
voltooid deelwoord
rugi
1e persoon meervoud imperfectum
rugissions
Voorbeelden
Le lion rugit dans la savane.
De leeuw brult in de savanne.
02
brullen, huilen
roar
Voorbeelden
Le professeur rugit pour calmer la classe.
De leraar brult om de klas te kalmeren.



























