Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La roue
01
wiel, rad
objet circulaire qui tourne autour d'un axe et permet le mouvement d'un véhicule
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
roues
Voorbeelden
La roue avant de mon vélo est crevée.
Het voorwiel van mijn fiets is lek.
02
wiel, zwaairol
mouvement gymnique où le corps tourne latéralement en appui sur les mains
Voorbeelden
Elle a réussi à faire une roue parfaite lors de sa démonstration.
Ze slaagde erin een perfecte rad te maken tijdens haar demonstratie.



























