rondouillard
01
rond en mollig, dik en rond
qui est grassouillet et d'apparence ronde
Voorbeelden
Le fermier était un homme rondouillard au rire contagieux.
De boer was een dikkerdje met een aanstekelijke lach.
Le rondouillard
[gender: masculine]
01
dikkerdje, bolleke
personne grassouillette et d'apparence ronde
Voorbeelden
Les rondouillards de la famille étaient toujours assis près du buffet.
De molligen in de familie zaten altijd bij het buffet.



























