Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
rester
01
blijven, verblijven
demeurer à un endroit, ne pas partir
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
reste
1e persoon meervoud
restons
1e persoon toekomende tijd
resterai
onvoltooid deelwoord
restant
voltooid deelwoord
resté
1e persoon meervoud imperfectum
restions
Voorbeelden
Nous restons chez nos amis pour le week - end.
Wij blijven bij onze vrienden voor het weekend.
02
blijven, verblijven
ne pas changer d'état ou de situation
Voorbeelden
Le temps reste froid toute la semaine.
Het weer blijft de hele week koud.



























