Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ressentir
01
voelen, ervaren
percevoir ou éprouver une émotion, une sensation ou un sentiment
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
ressens
1e persoon meervoud
ressentons
1e persoon toekomende tijd
ressentirai
onvoltooid deelwoord
ressentant
voltooid deelwoord
ressenti
1e persoon meervoud imperfectum
ressentions
Voorbeelden
Nous ressentons de l' inquiétude pour l' avenir.
We voelen bezorgdheid voor de toekomst.
02
voelen, ondervinden
vivre ou subir une expérience difficile ou douloureuse
Voorbeelden
Nous ressentons une grande fatigue après cette longue journée.
We voelen grote vermoeidheid na deze lange dag.
03
voelen, getroffen worden
être affecté par quelque chose, en subir les effets
Voorbeelden
Son stress se ressent dans son comportement.
Zijn stress wordt gevoeld in zijn gedrag.



























