Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
renforcer
01
versterken, verstevigen
rendre plus fort, plus solide ou plus résistant quelque chose de physique
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
renforce
1e persoon meervoud
renforçons
1e persoon toekomende tijd
renforcerai
onvoltooid deelwoord
renforcant
voltooid deelwoord
renforcé
1e persoon meervoud imperfectum
renforcions
Voorbeelden
Ils ont renforcé le mur avec du béton supplémentaire.
Ze versterkten de muur met extra beton.
02
versterken, verstevigen
soutenir ou affermir une position , une autorité ou un groupe
Voorbeelden
Le nouveau plan a renforcé la position de l'entreprise sur le marché.
Het nieuwe plan versterkte de positie van het bedrijf op de markt.
03
intensiveren, versterken
rendre quelque chose plus intense, plus fort ou plus puissant
Voorbeelden
Ils ont renforcé la couleur des murs avec une peinture plus vive.
Ze versterkten de kleur van de muren met een levendigere verf.



























