ranimer
01
weer tot leven brengen, opwekken
redonner la vie, la conscience ou l'énergie à quelqu'un ou quelque chose
Voorbeelden
Il faut ranimer le blessé avant de le transporter à l' hôpital.
De gewonde moet gereanimeerd worden voordat hij naar het ziekenhuis wordt vervoerd.
02
weer tot leven brengen, opwekken
relancer, stimuler, redonner de la vigueur ou de l'entrain
Voorbeelden
Cette activité sportive a ranimé les participants.
Deze sportactiviteit levendigde de deelnemers op.



























