Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
propre
01
schoon, netjes
qui est net et sans saleté
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus propre
vergrotende trap
plus propre
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
propre
mannelijk meervoud
propres
vrouwelijk enkelvoud
propre
vrouwelijk meervoud
propres
Voorbeelden
La cuisine est toujours propre.
De keuken is altijd schoon.
02
eigen, persoonlijk
qui appartient à quelqu'un ou quelque chose, spécifique à une personne ou une chose
Voorbeelden
Il a son style propre.
Hij heeft zijn eigen stijl.
03
correct, gepast
qui est juste, correct ou approprié
Voorbeelden
Elle a donné la réponse propre.
Ze gaf het juiste antwoord.
04
eerlijk, integer
qui est honnête, intègre ou moralement droit
Voorbeelden
Il mène une vie propre.
Hij leidt een eerlijk leven.



























