Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
prochain
01
volgende, komende
qui vient juste après dans le temps ou l'espace
Voorbeelden
La semaine prochaine, je pars en vacances.
Volgende week ga ik op vakantie.
Le prochain
[female form: prochaine][gender: masculine]
01
naaste, medemens
autre personne, surtout dans un contexte moral ou religieux
Voorbeelden
Il respecte toujours son prochain.
Hij respecteert altijd zijn naaste.



























