Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La planche
01
plank, bord
pièce de bois plate et rectangulaire
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
planches
Voorbeelden
Il a cloué la planche au mur.
Hij spijkerde de plank aan de muur.
02
perk, plank
bande de terre préparée pour la culture
Voorbeelden
J'ai préparé une nouvelle planche pour les légumes.
Ik heb een nieuwe plank voor de groenten klaargemaakt.
03
plaat, illustratie
illustration imprimée dans un livre (souvent en page complète)
Voorbeelden
Ce livre contient des planches en couleurs.
Dit boek bevat kleurenplaten.
04
zwembord, drijvende plank
accessoire flottant utilisé pour l'apprentissage de la natation
Voorbeelden
Les débutants utilisent une planche pour flotter.
Beginners gebruiken een plank om te drijven.



























