Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le patrimoine
01
erfgoed, patrimonium
ensemble des biens matériels ou immatériels hérités du passé
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
Voorbeelden
Le patrimoine culturel français attire des millions de touristes.
Het Franse culturele erfgoed trekt miljoenen toeristen aan.



























