Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
parlant
01
spraakzaam, praatgraag
qui parle beaucoup
Voorbeelden
Mon voisin est très parlant.
Mijn buurman is erg spraakzaam.
02
levendig, spraakzaam
qui est vif et qui parle beaucoup
Voorbeelden
L'enfant est parlant et joue avec ses amis.
Het kind is parlant en speelt met zijn vrienden.
03
betekenisvol, expressief
qui exprime beaucoup de sens ou qui est clair
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
onvoltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
le plus parlant
vergrotende trap
plus parlant
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
parlant
mannelijk meervoud
parlants
vrouwelijk enkelvoud
parlante
vrouwelijk meervoud
parlantes
Voorbeelden
Son regard est parlant.
Zijn blik is sprekend.
04
sprekend, geluid producerend
qui parle ou produit du son
Voorbeelden
Le cinéma parlant a révolutionné le film.
De sprekende film heeft de film gerevolutioneerd.



























