Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
paniquer
01
in paniek raken, panikeren
ressentir une peur soudaine et perdre son calme
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
panique
1e persoon meervoud
paniquons
1e persoon toekomende tijd
paniquerai
onvoltooid deelwoord
paniquant
voltooid deelwoord
paniqué
1e persoon meervoud imperfectum
paniquions
Voorbeelden
Il a paniqué en se rendant compte qu' il avait perdu ses clés.
Hij raakte in paniek toen hij zich realiseerde dat hij zijn sleutels kwijt was.



























